Aanvullende testen

Per jaar worden in heel Nederland ongeveer 700 donors opgeroepen voor een aanvullende test. De donor wordt dan door de bloedbank of door een medewerker van Europdonor opgebeld om een afspraak te maken voor het afstaan van weer een paar buisjes bloed. Er is in die gevallen daadwerkelijk een patiënt ergens ter wereld die een stamceltransplantatie nodig heeft en waarbij de betreffende donor lijkt te passen.

Als aanvullende test kan een nauwkeurige HLA typering worden verricht in Nederland maar vaak wil het ziekenhuis van de patiënt zelf een test verrichten en dan worden de bloedmonsters opgestuurd. Omdat de bloedmonsters niet in een weekend mogen aankomen en ze meestal twee dagen onderweg zijn, wordt de afspraak met de donor op een maandag of dinsdag gemaakt.

Meestal worden er vier tot tien donors getest voor een patiënt en daarna wordt een definitieve beslissing genomen of een van de geteste donors geschikt is als stamceldonor. Als de donor niet als beste donor uit de bus komt, krijgt de donor daarvan schriftelijk bericht en als de donor wel als beste stamceldonor is geselecteerd, wordt de donor opgebeld om afspraken te maken voor het vervolgtraject.

Bij het afnemen van de bloedmonsters wordt ook een vragenlijst met de donor doorgenomen om na te gaan of er misschien medische bezwaren zijn tegen een beenmergdonatie. De belangrijkste redenen om een donor af te keuren als stamceldonor zijn:

  • COPD (chronische longaandoening) die zo ernstig is dat vrijwel dagelijk (inhalatie) medicatie nodig is.
  • Hoge bloeddruk, al dan niet gecorrigeerd met medicijnen.
  • Overgewicht. Voor de berekening van de mate van overgewicht wordt de Body Mass Index (BMI), ook wel bekend als Quetelet index uitgerekend. Dit is het gewicht gedeeld door de lengte in meters in het kwadraat. De BMI mag voor stamceldonoren niet hoger dan 30 zijn. Voorbeeld: gewicht 88 kilo, lengte 1,68 m. De BMI is dan 88 : (1,68 x 1,68) = 31,2 Dit is meer dan 30 dus dan is de donor niet geschikt als stamceldonor.